Overslaan en naar de inhoud gaan

Benjamin Kangoeroevesten

Het project "Ontwikkelingsgerichte Zorg" is een breed en langdurig project dat op de Afdeling (Intensieve) Neonatologie loopt in het Ziekenhuis te Genk. Dit project heeft als hoofddoel de prematuur  geboren baby, de ouders en de ouder-kind relatie zo goed mogelijk te ondersteunen met het oog op de verdere ontwikkeling. Eén van de manieren waarop dit wordt nagestreefd is de kangoeroe-methode. 

Kangoeroeën is een methode die in Colombia werd ontwikkeld bij gebrek aan couveuses. Het lichaam van de ouders leek de veiligste plek voor een premature baby. Door de baby tegen het lichaam van de ouders te houden bleef de baby warm en kon hij kalm ademen waardoor de kansen op overleving toenamen. Deze kangoeroe methode is ook in het westen overgenomen omwille van de positieve effecten voor zowel de baby als voor de ouders.

Deze effecten worden inmiddels uitgebreid door wetenschappelijk onderzoek beschreven. Onderzoek toont aan dat kangoeroeën de lichaamstemperatuur stabiliseert, een regelmatigere hartslag ondersteunt en een rustigere slaap zonder apneus bevordert, de alertheid verbetert, pijn, stress en indirect huilen verminderen, de ontwikkeling van de immuniteit alsook de toename in gewicht stimuleert en tenslotte de duur van de opname in het ziekenhuis vermindert. Het fysieke contact tijdens kangoeroeën is ook belangrijk voor de ouders. Hierdoor krijgen ze de kans actief bij te dragen aan de gezondheid en ontwikkeling van hun kind. Dit bevordert het zelfvertrouwen van de moeder in de zorg, hetgeen op zijn beurt de borstvoeding bevordert. Met kangoeroeën worden zo de eerste stapjes gezet naar een veilige en gezonde hechting.

Het Benjamin kangoeroevest is ontworpen om kangoeroeën zo eenvoudig en veilig mogelijk te maken voor ouders en kind. Het laat de ouders toe om dicht bij hun baby te zijn zonder interferentie van sondes, lijnen en draden dankij de speciaal voorziene aanhechtingspunten hiervoor.

 

Ladies' Circle 36 Maasland heeft met trots 6 Kangoeroevesten aan de Afdeling Intensieve Zorg in het Ziekenhuis te Genk overhandigd.